Noblesse Oblige voor de gewone man
Velen met mij, in gemeenschappen, netwerkorganisaties, allianties en coalities zijn actief om te zorgen dat gemeenschappen het goed hebben. Dat ze meer geld krijgen op een makkelijke manier. Dat ze een juridische plek krijgen naast die van de overheid en de markt op een wijze die de ambtenaren en juristen ook snappen en kunnen toepassen.
Een geweldig doel: structureel geld en een eigen plek in het recht.
Langzaam aan komen deze begeerde doelen in beeld en dichterbij. BZK maakt een gemeenschapsfonds. Toegegeven het is nog niet genoeg, maar als er 200 mln op de plank komt te liggen, is dat toch een grote stap voorwaarts. Nu moeten we nog wel hard werken om dat geld op een voor gemeenschappen aanvaardbare wijze te distribueren. Daar sturen we op vanuit de coalitie We Doen het Samen.
Ook in het recht zien we gaatjes in de muur. Recentelijk is een wet door de Tweede Kamer geloodst die de positie van wooncoöperaties versterkt. Ook de warmtewet is dankzij amendementen aangepast en verbeterd voor energiegemeenschappen. Vorig jaar versterkten we door middel van onze oefenrechtbank het geitenpaadje dat de Didam-arresten ons lieten waarmee overheden makkelijk direct kunnen gunnen.
Machtsverschuiving
Deze successen zijn voorbodes van een geweldige machtsverschuiving van overheid en markt naar de gemeenschappen. Deze schuif is zo groot dat we mogen verwachten dat er nog weerstand op komt. Dan zullen de zwakke plekken gezocht worden. Waar zijn de gemeenschappen vatbaar voor verbetering?
Voor mij is er één zwakke plek en dat is de democratische kwaliteit van gemeenschappen. Zijn ze open en inclusief voor een ieder die wil toetreden? En kan iedereen ook daadwerkelijk zeggenschap uitoefenen? Zeker als er zoveel geld en macht naar gemeenschappen gaat, moet die vraag gesteld worden. Geld en macht een duivelse cocktail.
Als we de samenstelling van gemeenschappen bekijken, kan je eenvoudig vaststellen, de diversiteit van gemeenschappen niet hoog is. Veel witte, mannen van een zeker leeftijd. Waar zijn de jongeren, waar zijn de mensen van een niet-westerse achtergrond?
Het is vaak een resultaat van verklaarbare oorzaken: Wie heeft de kennis van het systeem om er mee te kunnen dealen? Vaak zijn dat theoretisch geschoolden, of mensen die al langer meegaan en veel bureaucratisch ervaring hebben. Wie heeft er tijd, niet die mensen in het spitsuur van het leven toch?
En er zijn ook onbewustere uitsluitingsmechanismen, een eigen cultuur die als vanzelf wordt aangenomen, de diversiteit in het bestuur is vaak nog ver te zoeken. Zoals in elke maatschappelijke sector is het zaak dat gemeenschappen zich hier bewust van worden.

Het gaat niet vanzelf
Dat dit niet vanzelf gaat kunnen we ook wel zien en is ook begrijpelijk, het is een eerste reactie om de ongemakkelijke vraag uit de weg te gaan.
Bij het project Democratische Toolbox van de Constitutie voor de Commons hebben we dit ook gemerkt: Gemeenschappen waren huiverig om naar dit thema te kijken; de vraag stellen over de democratische kwaliteit van de eigen gemeenschap is best gedurfd. Als gemeenschappen meedoen dan stelde dat dan ook hoge eisen aan een veilige plek om eerlijk en open en reflectief te kunnen zijn.
De projectleider van dit project was instaat die context te creëren, en dat heeft het succes van het project zeker bepaald.
Een nobele uitdaging
Dat neemt niet weg dat de enorme ambities over geld en macht voor gemeenschappen ons extra uitdagen om deze nieuwe positie ook te vullen met een scherp oog voor de eigen democratische kwaliteit. Geen sinecure, maar dat hoeft niet te deren toch? Voor gemeenschapen geldt – ondanks dat ze niet van adel zijn, maar juist van de gewone man – Noblesse Oblige.